
Een boek over soep - Bloeme Burema
– Bloeme Burema
Voor ieder seizoen en met alles voor erbij
Het boek over soep van Bloeme Burema ligt op de plank waar het altijd ligt. Niet recht, maar licht schuin, alsof het zich niet helemaal wil voegen. De kaft voelt zacht aan, versleten op de plekken waar handen het vaakst rusten. Wanneer het boek wordt gepakt, gebeurt dat nooit gedachteloos. Het vraagt aandacht, en het krijgt die ook.
Bloeme Burema schrijft over soep alsof het een taal is. Geen ingewikkelde taal, maar een die langzaam wordt geleerd. Ze begint niet met hoeveelheden of tijden, maar met momenten. Ze beschrijft hoe een pan op het vuur staat terwijl buiten de dag kantelt. Hoe iemand wacht tot het water warm wordt, niet om de tijd te doden, maar om haar te laten bestaan.
In dit boek gaat soep niet over honger, maar over aanwezigheid. Over blijven, zelfs wanneer alles wil verdwijnen. Bloeme schrijft dat soep ontstaat wanneer je besluit niet weg te lopen. Je snijdt een ui, je zet een pan neer, je blijft. Dat is genoeg om te beginnen.
Elke soep draagt een herinnering met zich mee. Niet luid, niet dringend, maar stil en vol. Er is een soep die wordt gegeten na slecht nieuws, wanneer niemand weet wat te zeggen. Er is een soep die wordt gedeeld met iemand die nog een vreemde is, maar dat aan tafel niet blijft. Bloeme beschrijft deze momenten zonder uitleg, alsof ze erop vertrouwt dat de lezer ze herkent.
Het boek nodigt niet uit tot volgen, maar tot kijken. Bloeme zegt nergens dat iets moet. Ze schrijft dat een soep sterker wordt wanneer je hem vergeet, en milder wanneer je oplet. Ze moedigt aan om te proeven, om te twijfelen, om te stoppen wanneer het genoeg is. In haar wereld is koken geen prestatie, maar een handeling die rust brengt.
Soms opent de lezer het boek zonder bedoeling. Een willekeurige bladzijde, midden in een hoofdstuk. Daar staat geen recept, alleen een beschrijving van stilte. Van een kom soep op schoot, van een lepel die langzaam beweegt. Bloeme schrijft hoe geluiden vervagen wanneer de soep warm is, hoe gedachten zachter worden. Ze noemt het geen eenzaamheid, maar ruimte.
Het boek lijkt te weten wanneer het nodig is. Op dagen die uitlopen, op avonden die te groot aanvoelen, ligt het daar. Het dwingt niets af, het belooft niets. Het herinnert alleen aan het feit dat iets eenvoudigs genoeg kan zijn.
Bloeme schrijft ook over wat niet in de soep thuishoort. Haast bijvoorbeeld. Of de wens om het goed te doen. Ze zegt dat een soep die altijd hetzelfde smaakt, niet eerlijk is. Elke dag draagt iets anders met zich mee, en dat proef je terug. Soep, schrijft ze, is een afdruk van de dag waarop hij wordt gemaakt.
Naarmate het boek vaker wordt gelezen, verandert het. Of misschien verandert degene die leest. Zinnen die eerst onopvallend zijn, blijven ineens hangen. Soepen die simpel lijken, krijgen gewicht. Het boek groeit mee, zonder zich te verplaatsen.
Aan het einde staat geen afsluiting. Geen laatste woord. Bloeme schrijft dat soep nooit af is. Dat er altijd opnieuw wordt begonnen, met water en aandacht. Ze raadt aan het boek dicht te slaan voordat alles is gelezen. Iets open laten, schrijft ze, is soms vriendelijker dan afronden.
En zo ligt het boek over soep van Bloeme Burema weer op de plank. Niet als handleiding, maar als aanwezigheid. Een boek dat niet uitlegt, maar blijft. Dat begrijpt dat sommige verhalen niet worden verteld om onthouden te worden, maar om langzaam warm te blijven.
Uitgeverij: Carrera
Taal: Nederlands
Recensie: Marco Louter
Error: There is no connected account for the user 202939202 Feed will not update.













